• nivon jong
  • contact

Reisverslag Apuseni en Retezat

Een avontuurlijke tocht diep in Oost-Europa. We bezochten twee afgelegen gebergtes in Roemenië en kregen zelf bezoek van een Roemeense hond.

Bergen in zicht!

Utrecht 14.00 uur 12 augustus 2006; een groep van 13 mensen heeft zich op het station van Utrecht verzameld. Grote rugzakken en een enorme berg eten staan op het perron; op naar Roemenië voor een trektocht van twee weken!

Zo’n 16 uur later worden we wakker. Vanuit bed zien we de Hongaarse pusta voorbij schieten, eindeloos en vlak. De Hongaars-Roemeense grens is een nostalgische; met strenge douaniers, grote petten, stempels, eindeloos rangeren en zwerfhonden op het perron. We zijn in Roemenië! Het landschap verandert; de eerste bergen komen in zich, de treinen zijn van hout en met de conductrice moet worden onderhandeld over de treinkaartjes. Huedin; we zijn op bestemming. Het laatste stuk van de reis is te voet in het donker. Naar een klein Hongaars dorpje waar we met pruimenjenever en taart worden ontvangen.

De eigenaar van het gasthuis brengt ons de volgende dag naar het begin van de route. Een houten poort met daarachter eindeloze grasvelden. Diep in de dalen zien we af en toe een kudde schapen.  Herdershonden komen af en toe gevaarlijk dichtbij, maar gelukkig blijft het bij hard blaffen. In de dalen liggen kleine verscholen dorpjes met houten huizen; het is de laatste dag in de bewoonde wereld. Een pracht kampeerplek aan de beek; de tenten staan en al snel snorren er twee branders. Terwijl de ene helft van de groep eten kookt, verzamelt de andere helft hout voor het kampvuur.

Mildred

Na het eerste muesli ontbijt volgen we een langzaam klimmende grindweg naar boven. Gestaag klimmen we naar boven de Padis in. Uit de eindeloze dennenbossen steekt nu en dan een steile rotspiek omhoog; een typisch verschijnsel voor dit karstgebergte. We hebben een nieuwe deelnemer in de groep; Mildred. Een Bordercollie die vanaf de laatste huizen in het dal met ons meeloopt. Als een kudde schapen probeert ze de groep bijeen te houden. De grindweg gaat over in een bospad, het bospad wordt steeds smaller en houdt dan helemaal op. Op kompas steken we door in zuidelijke richting totdat we bovenop een plateau staan. Uitzicht! We komen weer op een goed pad en vinden een mooie kampeerplek bij een bron. ’s Avonds trekt een schaapskudde over de kampeerplek. Mildred verdedigt de kampeerplek tegen de herdershonden en valt bij het kampvuur in slaap.


Er wacht ons een lange tocht; over een glooiend plateau met weids uitzicht aan beide kanten. Wilde paarden grazen op de toppen. Vandaag komen we voor het eerst andere wandelaars tegen. Na een steile afdaling komen de eerste blaren te voorschijn; Lot heeft te grote schoenen en Renske te kleine. De oplossing is eenvoudig en effectief; schoenen wisselen. Kampeerplek aan de beek. Helemaal voor onszelf. En dat blijft zo, want Mildred jaagt iedereen die een voet over de beek zet weg. De laatste dag in de Padis dalen we af naar de bewoonde wereld. We lopen het gebied uit door een dal met houten huizen en kleine houtzagerijen. Met paard en wagen worden de boomstammen omhoog getrokken naar de zagerijen, alwaar het hout wordt verwerkt tot wijnvaten. Het Moti volk dat hier woont is al eeuwen gespecialiseerd in houtbewerking.

Oude mannen in kleine hokjes

Vroeg op vandaag om naar het Retezat gebergte te reizen. Busreizen in Roemenië is improviseren; er zijn geen lijnennetkaarten of duidelijke dienstregelingen. Wel oude mannen in kleine hokjes die precies weten hoe laat welke bus gaat. Op hen moet je vertrouwen! Zo komen we ’s avonds laat en minstens 200 kilometer verder in het gehucht Pui aan. Een Roemeense familie biedt ons een kampeerplek aan in de tuin, onder de appelbomen, naast de varkens en de koe.

De volgende dag weer geluk; we kunnen tegen een kleine onkosten vergoeding onze bagage naar boven laten vervoeren in een Dacia Pick-Up truck. En Martijn, Arjan en Renske passen er ook nog bij! Het is warm in het nauwe dal en erg stil. Alleen de heldere snelstromende beek vergezeld ons naar boven. Voeten in het water ter verkoeling. Aan het einde van de grindweg wachten onze reisgenoten met de bagage. Een klein stukje verder en aan het einde van het dal de tent opgezet. Groot kampvuur ’s avonds!

Schapen

Waar is dat pad dat ons naar boven moet brengen? Roemeense kaarten zijn niet erg accuraat, maar nu laten ze ons wel heel erg in de steek. Het GPS van Alistair helpt ons verder met het vinden van een weg door het bos naar boven. Op het plateau zien we in de verte de hoogste bergketens van de Retezat. We merken dat we hoger komen; het wordt kouder en de middagsoep smaakt extra goed. Hoge kampeerplaats; vroeg naar bed.

Schapen, schapen en nog eens schapen. Terwijl wij langzaam naar de pas lopen passeren honderden schapen, er komt geen einde aan. De herders hebben kennelijk besloten dat het vandaag tijd is de schapen naar een ander dal te brengen. Hun gefluit is al van ver hoorbaar. Bagage vervoeren ze op een paar ezels en de honden houden hun kuddes op het rechte pad. Pas na twee uur is het einde van de kuddes in zicht. Bovenop de pas is het hoogste punt van de reis zichtbaar; de top van de Retezat op 2.509 meter één van hoogste bergen van Roemenië!

Schnitzels, friet en rode wijn

Twee dagen later is het zover; we staan op de top van de Retezat, na een lange klim door blokkenvelden omhoog. Helaas geen uitzicht want net vandaag hangt er een wolk om de top. Zoals dat hoort op bergtopppen maken wij een foto van de Roemenen en zij een van ons. Met dit digitale bewijs in handen kunnen we weer afdalen. Over het meertje, waaraan we kamperen, waait ’s avonds een vernijnig koude wind. De stoere mannen van de bergreddingsdienst nodigen iedereen uit om in hun kleine hutje te komen slapen, mocht onze tent wegwaaien. Maar dat is gelukkig niet nodig; de tenten klapperen in de wind maar houden het goed.

De laatste dag is er een verrassing; aan het einde van het dal is een gloednieuw natuurvriendenhuis gebouwd. We verruilen onze tenten voor een comfortabele kamer en vooral een warme douche. Dat voelt toch wel lekker na al die ijskoude beekjes! Schnitzels, friet en rode wijn maken het feest compleet. En zo eindigt het actieve deel van de reis. Taxibusjes, stoptreinen, nachttreinen en hogesnelheidstreinen brengen ons via Arad, Budapest, Wenen en Duisburg terug naar Nederland.